Bij het Explorer gamma hebben we verschillende modellen op de markt gebracht, het onderscheid tussen deze modellen kan gemaakt worden op vlak van hun volume (200L en 270L) maar in elk van deze volumes wordt er ook nog een onderscheid gemaakt tussen de versies zonder of met extra warmtewisselaar. 

Belangrijk punt: deze modellen zijn van basis uit al dan niet voorzien van een extra warmtewisselaar (4 verschillende referenties), m.a.w. het is niet mogelijk om aan een model zonder warmtewisselaar op een later moment de extra wisselaar toe te voegen.


Bij het product 200L en 270L met extra warmtewisselaar is het mogelijk om de verbinding tot stand te brengen met een ketel of met thermische zonnepanelen. Deze secundaire verwarmingsbron  zal zijn warmte doorheen een spiraal kunnen pompen om zo het water in de Explorer op te kunnen warmen. 

Deze modellen kunnen dus worden gebruikt voor aansluiting op de kring van het zonnestation. Opgepast: de glycol-oplossing mag niet direct door de serpentin in de kuip vloeien, want mocht er een lek zijn bestaat de kans op verontreiniging van het tapwater met glycol, dit is wettelijk verboden. De glycol uit de zonnepanelen moet dus eerst via de warmtewisselaar van het zonnestation lopen.


In het geval van thermische zonnepanelen kunnen we volgende punten nog extra meegeven:

1. Opstelling ziet er ongeveer als volgt uit:


2. Temperatuur doorheen spiraal mag niet hoger zijn dan 85°C (en max 3 bar - zie in handleiding punt 6.4) en de temperatuur in de kuip zelf niet hoger dan 73°C à 75°C, vanaf 80°C zal de Explorer in foutcode vallen, dit is niet goed voor het toestel. Een voeler kan op onderstaande - met geel aangeduide - plek geplaatst worden, tegen de buitenkant van de kuip van de Explorer, op deze manier kan de temperatuur in de kuip gemeten worden en kan de zonneregeling zich op het gepaste moment stoppen.



3. We hebben twee soorten werkingen:

A. Het zonnesysteem en de Explorer werken apart, hiermee bedoel ik dat ze niet elektrisch met elkaar verbonden zijn maar opwarmen wanneer zij dit, onafhankelijk van elkaar, nodig achten 

B. Explorer en regeling van het zonnesysteem zijn wel elektrische met elkaar verbonden en dit is ook ingesteld in de parameters van de Explorer. 

Op dit moment is de regelaar van het thermisch zonnesysteem de master, deze zal voorkeur geven aan het gebruiken van zijn eigen energie, van het moment dat de temperatuur hier te laag wordt voor het opwarmen van de kuip van de Explorer, zal dit zonnesysteem een signaal kunnen sturen (1 x 230 V) naar de Explorer om deze laatste zelf in werking te laten treden en het water met warmtepomp/elektrische backupweerstand te verwarmen tot ingesteld setpunt.



Systeem van werking is hier in dalende voorkeur: Thermisch zonnestation > Warmtepomp > Elektrische backup weerstand